interview

Daphne de Vries vertrekt na 10 jaar Theater de Roode Bioscoop en laat een levenskrachtig organisme achter.
‘Theater de Roode Bioscoop is een theater met een duidelijk profiel: een avontuurlijke programmering met bijzondere kruisbestuiving dat zich specialiseert in literatuur en muziek. Een herkenbare plek in de stad met historie en toekomst. Een podium waar samenwerking hoog op de agenda staat, waar diverse stromingen en stijlen elkaar ontmoeten en waar het experiment wordt gekoesterd en gestimuleerd.’

Amsterdams Fonds voor de Kunsten

Je vertrekt op een bijzonder moment, wat is daar de reden voor?

Wat ik me tien jaar geleden voor de geest haalde als ik dacht aan de toekomst van de Roode Bioscoop, is grotendeels verwezenlijkt: een cultureel knooppunt voor nationale en internationale artiesten, met een eigenzinnige programmering. Het is nu met grote regelmaat the place to be als je iets bijzonders wilt meemaken, waar uitzonderlijke dingen gebeuren en ontstaan die nergens anders te zien zijn. Het fundament staat. Als kers op de taart is Theater de Roode Bioscoop na jarenlange inspanning het afgelopen jaar voor het eerst opgenomen in het vierjarige Kunstenplan van Amsterdam - voor veel te weinig geld, dat dan weer wel - maar met de erkenning van het belang voor de stad van dit kleine maar betekenisvolle theater, is er voor de komende jaren voldoende basis om door te kunnen bouwen. Daar heb ik naartoe gewerkt en nu dat punt is bereikt, kan ik de verdere uitwerking, verdieping en ontwikkeling aan anderen overlaten.

Hoe is het gelukt deze prachtige plek zo gezond te maken en te houden?

Dat is samenspel van vele zaken. Allereerst de geschiedenis van het theater, zowel de ‘prehistorie’ van de vorige eeuw waarin de Roode Bioscoop nog een socialistische bioscoop was als de woelige decennia waarin Theatergroep Flint de boel hier bestierde. Die gezamenlijke geschiedenis heeft een enorm vruchtbare voedingsbodem gecreëerd die me heeft verleid om die potentie invulling proberen te geven. Door artiesten uit te nodigen om van die creatieve ruimte - letterlijk en figuurlijk - gebruik te maken.
De kracht van de Roode Bioscoop staat of valt bij de bereidwilligheid van artiesten om grenzen op te zoeken en te overschrijden, te onderzoeken, te maken en te experimenteren. Dat kan in geen enkel ander theater, om die reden grijpen artiesten dat dan ook vaak dolgraag aan. Door experiment aan te jagen, artiesten steevast te vragen om iets te doen wat ze nergens anders doen, wat ze graag eens willen uitproberen, of door ze te stimuleren een gast uit te nodigen waarmee ze altijd al eens samen op het podium hebben willen staan, ontstaan hier vaak nieuwe dingen. Nog in een veel eerder stadium dan try-outs, ver daarvoor. Om daar bij te mogen zijn, bij zo’n creatieproces dat ook voor de artiest vaak heel spannend is, om te mogen meemaken wat er dan op het podium gebeurt, dat - zo zei Hans Aarsman eens - sleept je door de dag. En misschien wel door het leven.

Inmiddels zijn er per jaar zo’n 250 programma’s te bezoeken. Dat is niet altijd zo geweest. Kun je omschrijven welke ontwikkeling de programmering heeft doorgemaakt?

In 2008 zijn Felix Strategier, Petra Possel en ik begonnen met de Roode Zondagen zoals we die nu kennen: twee keer per jaar drie maanden lang elke zondagmiddag zeer gerenommeerde artiesten, in een zeer intieme setting. Deze serie was in eerste instantie in het leven geroepen om de Roode Bioscoop meer naamsbekendheid te geven. Vanuit een grote stomende pan serveerden wij na de voorstelling kommen soep aan artiesten en het publiek. We hebben na een aantal jaren helaas met deze traditie gebroken omdat we te veel mailtjes en telefoontjes kregen van mensen met allergieën of die hun ‘soeptoeslag’ terug wilden omdat ze er geen gebruik van zouden maken. Dat deze soep volledig belangeloos door onze culinaire held Hein Wiersinga werd geleverd, viel helaas niet uit te leggen. Maar goed, toen de Roode Zondagen een begrip werden, kregen we ook steeds meer verzoeken van jongere artiesten die ook graag zouden willen optreden. Vanuit die behoefte heb ik in 2010 (met hulp van respectievelijk Iris Wondergem, Swaan Levy Janssen & Nora Hulsink) een nieuwe serie ontwikkeld: Blauwe Maandagen. Jong talent dat zich al wel had bewezen, maar nog niet bij het grote publiek was doorgebroken, trad bij ons op. Deze optredens waren echter heel bewerkelijk - twee bands per avond, vaak met veel technische wensen, en helaas weinig publieke belangstelling - we hadden niet de productionele capaciteit in huis om het vol te houden. We zijn toen gaan nadenken over wat we wel konden betekenen voor het veld.
Artiesten spelen in Nederland vaak slechts een avond in een theater en daarna weer ergens anders. Als je aan een voorstelling of samenwerking wilt sleutelen of bouwen, is het ideaal om meerdere avonden achter elkaar op een plek te spelen. Om die reden heb ik in 2013 de serie Laboratoire Artistique Sans Limite, kortweg Laboratoire in het leven geroepen en met Koen Schouten ontwikkeld. In deze serie verandert de Roode Bioscoop in een creatief Laboratorium waar artiesten drie dagen achtereen bijzondere samenwerkingen aangaan, nieuw werk uitproberen, hun werk verdiepen en het publiek verrassen. Eigenlijk zit in deze serie de ware ziel van de Roode Bioscoop verwerkt. Het liefst zouden we enkel Laboratoria programmeren.
Zo heeft de programmering zich de afgelopen 10 jaar ontwikkeld tot wat het nu is en al die jaren hebben we telkens weer een prachtige lijst artiesten aan ons weten te binden, waar we soms zelf ook versteld van staan. Mijn opvolgers zullen er hopelijk alles aan doen om deze artistieke signatuur te bewaken en verder te verdiepen.

Het AFK roemt de Roode Bioscoop als ‘een podium waar samenwerking hoog op de agenda staat’. Wat is het geheim?

Het geheim zit hem in wat de Roode Bioscoop is. Een sterk, maar ook kwetsbaar theater. Alles hangt af van de al eerder genoemde bereidwilligheid van artiesten, maar in gelijke mate van vrijwilligers, medewerkers, vrienden, de huisbaas en het publiek. Die pijlers vormen samen het hart van de Roode Bioscoop. En als die allen gelijk gestemd zijn en hetzelfde voor ogen hebben, gebeuren er bijzondere dingen. Wat ik de afgelopen jaren voornamelijk heb geprobeerd te bewerkstelligen is deze mensen te verbinden aan de Roode Bioscoop.

Artiesten en bezoekers voelen zich snel thuis in de Roode Bioscoop, maar jij was in die 10 jaar vele dagen (en nachten) in het gebouw te vinden en je hebt natuurlijk met veel artiesten ook een persoonlijke band opgebouwd. Wat is het allermooiste wat je in die 10 jaar hebt meegemaakt en wat ga je het meeste missen?

Mijn tijd bij de Roode Bioscoop begon bij het memorabele Robisco Festival 2007. De affiches van dat festival hangen nog steeds boven de bar. Felix Strategier had het ambitieuze plan gevat om een maand lang elke dag, 31 dagen lang, een festival te organiseren. Ik heb hem daarbij ondersteund en we zijn beiden alle dagen en alle voorstellingen aanwezig geweest. Toen heb ik de ‘oermensen’ van de Roode Bioscoop, inderdaad voornamelijk ’s nachts, zeer goed leren kennen: Felix Strategier, David Vos, Maarten van Roozendaal, Eva Bauknecht, Joeri de Graaf, Alan Purves, Nelson Latif, Martin Fondse en vele anderen. Alle artiesten die nu in de Roode Bioscoop spelen zijn op een of andere manier terug te linken aan een van deze mensen. De Roode Bioscoop is ze zeer schatplichtig. Een ander absoluut hoogtepunt was het pleinfeest dat Koen Schouten en ik in 2013 organiseerden toen de Roode Bioscoop 100 jaar bestond; van heinde en verre kwam men op het feest af en zo werd het hernieuwde Haarlemmerplein zowaar een heus kruispunt tussen alle omliggende buurten (Haarlemmerbuurt, Spaarndammerbuurt, de Eilanden, de Jordaan, Westerpark). Dansend en springend op de muziek van The Jig en de Kift. Maar ook individuele voorstellingen als van Eric Vloeimans & Ramon Valle, alle Braziliaanse feesten van Nelson Latif & Clube da Música uit Atibaia, optredens van persoonlijke helden als Huub van der Lubbe, Wim Helsen en Freek de Jonge, vaste gasten als Fay Lovsky, Alex Roeka, Jeroen Zijlstra, Theo Nijland, Frédérique Spigt, Theatergroep Flint, afzonderlijke of gezamenlijke optredens van alle leden van Instant Composers Pool, eenmalige spektakels als Racoon live op Radio 2, Bonnie Prince Billy, Armando. En ik vergeet nu natuurlijk van alles. Mag ik even in de oude flyers kijken?

Een van de absolute persoonlijke hoogtepunten was de voorstelling over Paul van Ostaijen (2014 & 2015) waarbij Anouk de l’Ecluse en ik de live beelden en typografie verzorgden bij de voordracht, zang en muziek van Wim Meuwissen, Felix Strategier en Ramon Valle. Hier vielen mijn eigen creativiteit en liefde voor poëzie, muziek en grafisch ritme volledig samen. Werken met deze topartiesten maakte het tot een onvergetelijke productie. Dat zou ik veel vaker hebben willen doen.

Zoals gezegd laat je een gezonde organisatie achter. Theater de Roode Bioscoop gaat met vertrouwen de toekomst tegemoet. Wat zijn jouw eigen plannen?

Naast mijn werkzaamheden bij de Roode Bioscoop heb ik al die jaren ook een beroepspraktijk als ontwerper. Samen met Anouk de l’Ecluse vorm ik een creatief duo onder de naam Bureau Merkwaardig. En ondanks alle tijd die ik in de Roode Bioscoop heb gestoken, is ook Bureau Merkwaardig niet onopgemerkt gebleven. In 2016 ontvingen we de prijs voor Best Verzorgd Boek en op dit moment is er typografisch werk van mij te bezichtigen in het Museum Plantin-Moretus te Antwerpen. Vanaf januari ga ik me volledig richten op mijn werkzaamheden bij Bureau Merkwaardig en mijn ontwerpraktijk verder ontwikkelen om op die manier te kunnen bijdragen aan bijzondere plannen, initiatieven en organisaties en daarmee te proberen de wereld een klein beetje mooier te maken.

Dit interview werd gehouden i.v.m. het vertrek van Daphne de Vries als algemeen directeur van Theater de Roode Bioscoop.