Tijdens een verblijf van veertien dagen in Rome volgde ik een zelfgekozen ritueel:
elke dag stond in het teken van één letter uit de Latijnse zin exegi monumentum aere perennius — “ik heb een monument opgericht, duurzamer dan brons”, zoals Horatius het dichtte. Ik verzamelde letters uit de stad zelf: verborgen in gevels, graffiti, schaduw, steen. Ik trackte mijn routes via GPS.
Onderweg zocht ik naar sporen van gelaagdheid: afbladderende affiches, hedendaagse kunst in klassieke musea, plantengroei tussen ruïnes — tekenen van leven tussen wat achtergelaten is.
Het resultaat is een typografisch en cartografisch reisverslag, waarin Rome niet alleen decor is, maar medespeler: een lichaam van tijd, waarin ik mijn eigen sporen achterliet, letter voor letter.