Mockup — mogelijk resultaat
In de vensterbank bij de Spaanse Academie
typographic research project
Typefacing Rome
Alfabeto Tipografico Romano
Er is geen stad in letterlijke zin zo vol beschreven als Rome. Overal vind je inscripties en opschriften, door alle eeuwlagen heen. Is het op basis van deze teksten uit de publieke ruimte mogelijk om van een typische Romeinse letter te spreken? En op basis van de typografische anatomie van die letters dan een nieuw lettertype te ontwerpen? En kan ik dat lettertype vervolgens als instrument inzetten om een typografische interventie te plegen in de openbare ruimte van Rome om de letter zo als het ware weer terug te geven aan de stad? Deze vragen vormen de leidraad van dit ontwerpend onderzoek waarin ik als [typo]grafisch ontwerper op basis van historische bronnen, interviews en veldwerk ga proberen te reflecteren op de ‘typographic habit’ van Rome.
fdsfdsfds
fdddssfd'kdlgsl;lsg/

In november 2023 verbleef ik voor de eerste fase van dit project 26 dagen in Rome, met als doel om zoveel mogelijk informatie te verzamelen. Elke dag stond in het teken van een van de letters uit het alfabet. Ik zocht naar een object, monument of bouwwerk van enige historische relevantie waarvan de naam begint met een bepaalde letter (de A van Ara Pacis van Augustus, de B van bouwwerken van Bernini, Borromini of Bramante, de C van Capitolijn, Constantijn of Ceasar etc.). Ter plekke zocht ik vervolgens naar een inscriptie waar diezelfde letter in voorkomt. Zo heb ik vele kilometers afgestruind in deze wonderlijke stad op zoek naar zoveel mogelijk materiaal om straks tot dé Romeinse letter te kunnen komen. De dagelijkse verslagen van mijn letterstrooptocht kan je vinden op mijn persoonlijke instagrampagina @daphnedevries_ of hieronder enigszins aangepast.

Typefacing Rome — Fase#1
A — Z
Visuele en tekstuele verslagen die ik dagelijks deelde tijdens mijn letterstrooptocht in Rome tijdens fase #1. Elke dag speurde ik naar een object, monument of bouwwerk van enige historische relevantie waarvan de naam begint met de letter die die dag centraal stond. Ter plaatse zocht ik vervolgens naar een inscriptie waar diezelfde letter in voorkomt. De berichten zijn of worden hier en daar een beetje bijgeschaafd.
A — Vandaag begint mijn zoektocht naar dé Romeinse letter. Vlakbij het appartement waarin ik deze maand verblijf, bevindt zich de eerste bestemming: de A van Augustus, de eerste keizer van Rome, die een altaar liet bouwen om te vieren dat hij eigenhandig de vrede had gebracht naar het Romeinse rijk: de Ara Pacis (Altaar van de Vrede). En na zijn dood liet hij al zijn geweldige politieke en militaire prestaties op bronzen platen noteren (Res Gestae Divi Augusti). Die platen zijn helaas vergaan maar op basis van een drietal provinciale (Ankara e.o.) inscripties is er door Mussolini - die zich expliciet spiegelde aan Romes eerste keizer - een reconstructie gemaakt, waarvoor meer dan 15.000 letters in brons werden gegoten. Als ik goed geteld heb bevat deze tekst 1299 A’s. Wie de letterontwerper of de lettergieter is geweest heb ik nog niet kunnen achterhalen. De A heeft wel een bijzonder leuk mutsje op. Welkom in Rome, waar schoonheid, fascisme en geschiedenis overal voor het oprapen liggen. 🤔
B — De letter B is bizar genoeg niet vaak de eerste letter van een bijzonder bouwwerk. De locaties die ik had gevonden, waren gesloten of niet open voor bezoek. Maar via een wandeling langs beestachtige beelden van Bernini, basilieken en andere bouwwerken vond ik vandaag dan toch na een klim naar de top van de heuvel Janiculum meerdere B’s op een inscriptie aan de achterzijde van de Tempietto del Bramante. Het bouwwerk zou staan op de plek waar Petrus gekruisigd werd. Bij eerdere bezoeken heb ik dit architectonische wonder enkel door een hek kunnen bekijken. Maar vandaag had ik meer geluk en via de Spaanse Academie mocht ik nog net aansluiten bij twee andere bezoekers die een rondleiding kregen van een bijster ongeïnteresseerde gids die ons langs wat kunstwerken loodste die in opdracht van de academie zijn gemaakt. Telkens als ze ons naar een nieuwe kamer had geleid, draaide ze ons de rug toe om weer verder te gaan waar ze was gebleven op haar telefoon. Maar aan het eind van deze intrigerende tour mocht ik dan eindelijk het gebouw dat wordt beschouwd dat het de Hoge Renaissance in de architectuur zou hebben ingeluid van dichtbij bekijken. Dit is toch wel van een buitengewone bekoorlijkheid!
C — Tja, de C, wat begint er in Rome niet met een C? Caffè, carabinieri, cioccolato. Vandaag koos ik voor een plek met een schat aan C's en toog af naar misschien wel de beroemdste van de zeven heuvels: het Campidoglio, de Capitolijn, de Collis Capitolinus. Michelangelo ontwierp in de zestiende eeuw het Piazza del Campidoglio tussen de twee toppen van de Capitolijn, dat het centrum van de heuvel werd. Boven aan de trap die naar dit plein leidt, staan twee enorme beelden van Castor en Pollux en in de twee paleizen (dei Conservatori en Nuovo) aan het plein zijn de Musea Capitolina gevestigd. Op de binnenplaats liggen enkele onderdelen van de 12 meter hoge Colossus van Constantijn, de keizer die de grondslag legde voor de Christelijke fase van het Romeinse Rijk en de keizerlijke residentie verhuisde naar Byzantium dat later als Constantinopel de hoofdstad werd. Vanaf het dakterras van het museum onder het genot van een perfecte cappuccino genoot ik samen met wat geelpootmeeuwen van magistraal uitzicht over de stad en o.a. op het Colosseum. De palazzi waarin het museum gevestigd is, zijn ondergronds met een gang verbonden. Aan het eind daarvan vind je het Tabularium een gebouw dat tegen de Capitolijn is gebouwd. Het was in de Romeinse tijd het staatsarchief en het is het enige antieke Capitolijnse gebouw dat nog deels overeind staat. Van daaruit met nog een andere bezoeker uitkijkend over het Forum Romanum waande ik me even van keizerlijke afkomst. Binnen in de musea waren er naast beroemdheden als de wolf, duizenden C’s te vinden, als inscripties of mozaïek en een bronzen cavallo om het af te maken. Julius Caesar maar bij de J (I?) of de K rekenen?
D — Op deze donderdag heb ik mijn eigen letter en het Romeinse cijfer voor 500 meervoudig aangetroffen bij de indrukwekkende Termen van Diocletianus. Vlak naast het belangrijkste spoorwegstation van Rome, Stazione Termini dat is vernoemd naar de oude thermen, bevinden zich de restanten van dit gigantische badhuiscomplex waar in het oude Rome ca. 3000 mensen tegelijkertijd konden badderen. Gebouwd ten tijde van keizer Diocletianus, geboren in Dalmatië. In het museum was een afdeling voor mij op maat over de ontwikkeling van het schrift. En even afdwalend van de letter D, maar onmogelijk om geen aandacht aan te besteden lag daar ook de Fibula Praenestina, een gouden broche waarvan wordt aangenomen dat daar de oudst bewaarde Latijnse inscriptie op gegraveerd staat (7e eeuw v.Chr.) Er staat (toen nog van links naar recht, nu voor het gemaak maar omgedraaid): MANIOS MED FHE FHAKED NVMASIOI wat iets betekent als 'Manius maakte me voor Numerius'. Om van zoveel oudheid even van bij te komen kon ik met mijn combikaartje ook nog naar het tegenovergelegen Palazzo Massimo om mijn oorspronkelijke plan de Discobolos (discuswerper) te bezoeken. En Dionysos stond er ook fier bij.
E — De E van Esquilijn/Esquilino, de grootste van de zeven heuvels van Rome met als trekpleister de Santa Maria Maggiore, een van de vier pauselijk basilieken in Rome, vol met evangelische E’s. Ik bezocht deze heuvel met de metro en stapte uit bij de Piazza Vittorio Emanuele II om de Porta Magica ook wel de Porta Ermetica van dichterbij te bekijken waarop de formule zou staan die het geheim van de Steen der Wijzen zou prijsgeven waarmee je andere metalen in goud zou kunnen veranderen. Helaas stond er een hek voor en kon ik de formule niet lezen. Wij zullen het nog even zonder al dat goud moeten doen. Op deze Esquilijn werd in 1506 op een wijngaard de indrukwekkende Lacoöongroep gevonden die nu in de Vaticaanse Musea staat waar ik ook maar even naar ben afgereisd. Daar weet men aan alle pracht en praal af te lezen schijnbaar wel hoe men oneindig veel goud moet maken.
F — Vandaag stond mijn letterstroperij in het teken van de F en van het fabelachtige Forum Romanum. Op de Palatijn vind je daar dan op een rijtje een van de eerste botanische tuinen in Europa, de Orti Farnesiani, een keizerlijk paleis, de Domus Flavia, naar de Flavische keizers die ook ook het Colosseum hebben laten bouwen (het Amphitheatrum Flavium) kleurrijke fresco’s in het Huis van Augustus (die van de letter A). En op misschien wel de mooiste plek van deze heuvel staat de Casina Farnese, een leuk optrekje van de familie Farnese uit de 16e eeuw. Aan de voet van deze legendarische heuvel staat de tempel van Faustina, die haar man Antonius Pius voor haar oprichtte (later mocht hij ook op de gevel). De dag afgesloten met een fettuccine met verse funghi porcini.
G — De letter G is een van de jongste letters van ons alfabet en rond 300 voor Christus (vandaag uitgesproken met een G) ontstaan. De Romeinen schreven voor zowel de C als de G een C, en kregen de behoefte om daar onderscheid in aan te brengen. Ze zetten een streepje onder de letter C en dat is later onze G geworden. Goed, de G dus, die ben ik vandaag bijeen gaan grabbelen in de Galleria Borghese, met geweldige beelden van Gian Lorenzo Bernini en de David met het hoofd van Goliath van Caravaggio. In het park waarin dit museum gelegen is staat ook een behoorlijk groot standbeeld van Goethe, gemaakt door Gustav Heinrich Eberlein. Wijntip voor bij de lunch: een glas goddelijke Giunco.
H — De letter H komt niet veel voor als eerste letter van een monument of locatie met enig historisch belang in Rome. Maar je hebt ook niet veel nodig als je deze helden hebt: halfgod Hercules/Herakles bracht mij vandaag naar de ronde Tempel van Hercules Victor uit de 2e eeuw v.Chr. Deze tempel staat recht tegenover de Santa Maria in Cosmedin waar toeristen in een lange rij staan om hun hand in de Bocca della Verità (Mond van de Waarheid) te steken, maar in de kerk was er iets interessanters voor mij dan de waarheid, namelijk de crypte van Paus Hadrianus (niet de keizer), die via een smal trappetje in de kerk te bezoeken is. En dan kunnen we Keizer Hadrianus vandaag natuurlijk niet overslaan. Naast zijn prachtige Villa Hadriana in Tivoli en een gigantisch mausoleum aan de Tiber, is er ook een tempel aan hem gewijd. Nu is daar de Romeinse Kamer van Koophandel gevestigd en daar zag ik vandaag de beamershow Hadrianeum waarin het oude Rome via projecties tot leven wordt gewekt.
I — De I van Italië, van het Imperium Romanum en van Iulius Caesar. Op de Fori Imperiali (de Keizerfora) vind je de monumentale pleinen van o.a. Trajanus, Augustus en Caesar. Dat moet een indrukwekkend gebeuren zijn geweest. En je kan zo onder de Via dei Fori Imperiali met de immense hoeveelheid toeristen doorsluipen naar Il Foro Romano. Er waren weinig inscripties te vinden waar ik dichtbij mocht komen. Maar er was een aardige medewerker die me meenam naar een steen waarop op de achterkant een mooie grote I stond ingegraveerd.
J — Vandaag is het beeldverslag wat minder gestoeld op de Romeinse oudheid, de J bestaat namelijk niet in het Latijn en Italiaans. Er zijn hier dan ook geen armbandjes of mokken met een J te koop. Maar ik werd getipt om voor een J de Sint-Juliaan-der-Vlamingen te bezoeken. De rector had ons niet verwacht, hij moest ons in zijn joggingbroek welkom heten. Maar gezien de oorsprong van gasthuis voor behoeftige Vlaamse pelgrims in de middeleeuwen, kon hij twee bijna-Vlamingen toch de deur niet weigeren. En binnen was zelfs een gegraveerde J te vinden! Verder wordt de J enkel ingezet door winkels en nummerborden. Jaja, jolly!
K — Ik zit in een luwe letterperiode, de K is weliswaar onderdeel van het klassiek Latijnse alfabet, maar komt niet veel voor in deze kontreien (progressieve spelling van weleer). Ik bevind me wel tussen allerlei kerken, koepels, keizers, kunst en katholieken, maar dat is allemaal Nederlands. Er is een woord in het Latijn waar wij ook nog steeds een afgeleide van gebruiken: Kalendae, de aanduiding voor de eerste dag van de maand. En er hangt een knoepert van een kalender (1,16 x 2,5m) in het Palazzo Massimo de la Terme: de Fasti Antiates Maiores uit ca. 84 and 55 v.Chr (vandaag uitgesproken met een K-klank). En wat een geluk, elke eerste dag van de maand is gemarkeerd met de letter K. Andere leuke feitjes, maar te veel om hier diepgaand te behandelen: februari was de laatste maand van het jaar, er was toen geen sprake van een schrikkeldag of schrikkelseconde (hierover spraken Anouk de l'Ecluse en ik ooit in Parijs met de Director of Time die o.a. wereldwijd de lengte van een seconde bepaalt) maar een schrikkelmaand. En als toetje nog een Koe (is waarschijnlijk een stier).
L — Dit bericht schrijf ik ‘tgeolp so nee slaoz’, ofwel boustrofedon.?gon em ej gloV Van links naar rechts, leger edneglov ed nE van rechts naar links. Goed, dat leest toch niet heel lekker. Ik was vandaag bij een replica van de Lapis Niger (zwarte steen, 550-500 v.Chr). Het origineel was helaas niet te bezichtigen. Maar het is een steen met daarop vermeend de oudste inscriptie in Latijn die wij kennen, ingehakt in ossenploegschrift. De plek waar de steen is gevonden is al sinds de oudheid een belangrijke plek, bij voorkeur denkt men dat Romulus hier begraven of vermoord is. Wat de tekst precies betekent, is onduidelijk omdat er te grote delen van de tekst ontbreken. Maar er staat wel een woord op met een L erin: KALISTOR(EM) dat iets als heraut betekent. Ook de tweede L van vandaag was momenteel niet opengesteld: Villa di Livia (vrouw van Augustus), maar de fresco’s uit een ondergrondse kamer uit haar huis zijn wel te zien in het Palazzo Massimo. En deze schilderingen zijn misschien wel mooier dan de (Water)lelies van Monet. Meer dan 2000 jaar geleden werden deze fruitbomen en vogels geschilderd. Zou de Lui Piccolo (tjiftjaf) of de Lodolaio (boomvalk) ertussen zitten? Of zouden die zijn opgegeten door de legendarische wolvin, La Lupa?
M — In de contactenlijst op mijn telefoon is het de meestvoorkomende letter, maar in Rome is de M ook populair: Circus Maximus, Basilica van Maxentius, Theater van Marcellus, Ruiterstandbeeld/Boog/Zuil van Marcus Aurelius. Deze stad staat vol meesterwerken en monumenten en dat had ook grote aantrekkingskracht op Michelangelo Buonarotti (die van Mozes en de Sixtijnse Kapel, maar die komt bij een andere letter). Het enige werk dat hij signeerde - na onenigheid over wie dit had gemaakt - is zijn Pietà in de Sint Pieter, de kerk waarvan hij ook een van de architecten was. Helaas mocht ik niet dichtbij genoeg komen om de door hem gebeitelde letter M te inspecteren, dus bij hoge uitzondering gebruik ik een screenshot van het web. Hij ontwierp ook een klein kapelletje voor Paus Leo X in het Castel Sant’Angelo, de burcht vernoemd naar de aartsengel Michael die zich daar naar verluidt ooit vertoonde. Maar oorspronkelijk is het gebouwd als Mausoleum van Hadrianus, de Moles Hadriani (reusachtig bouwwerk van Hadrianus). Dat monument heb ik vandaag maar eens bezocht. Halverwege de klim naar boven, was vanuit een raampje de Monte Mario goed te zien, daar is het observatorium gevestigd en loopt de Meridiano di Roma die sommigen van jullie kennen uit een ander project. En eenmaal bovenop dit massieve bouwwerk, genoot ik samen met wat meeuwen (en meerdere mensen) van het magistrale uitzicht over de metropool. Magnifiek!
N — De N dacht ik vandaag wel even te vinden in de Domus Aurea (het Gouden Huis) van keizer Nero, ooit een gigantisch complex dat rijkversierd en beschilderd was vol vernuftige technieken (hydraulisch aangedreven ronddraaiende koepels). Er was een tentoonstelling gaande over de link tussen Rome en Egypte in de 1e eeuw na Chr. Ik vond in deze ondergrondse ruimtes daardoor wel nijlkrokodillen en hiërogliefen, maar geen inscripties met Latijnse letters. Een van de hiëroglyfen was een waterlijn en dat schijnt het teken te zijn voor de N! Maar goed, al dit veldwerk moet uiteindelijk leiden tot een ontwerp voor een nieuw lettertype en een uitbreidingsset voor hiërogliefen is wellicht wat te ambitieus. Ik heb mijn zoektocht later op de dag vervolgd en wandelde nauwlettend langs de brokstukken van de Tempel van de Nimfen, de Thermen van Nero, de Basilica van Neptunus en de Fontein van Neptunus op de Piazza Navona, maar nergens tekst te vinden vandaag. Ik heb op andere dagen en op andere locaties prachtige N’en gevonden, dus niet getreurd. Na zoveel voltreffers mag de letteroogst natuurlijk wel eens wat minder zijn.
O — O, o, o! Gisteren was ik al op de heuvel Oppio voor het ondergrondse huis van Nero en ik ga hopelijk nog naar de oude Romeinse havenstad Ostia. Vandaag heb ik me daarom laten leiden door een opvallende aanwezigheid in deze stad: de Obelisk. Er zijn 13 van die opmerkelijke objecten uit de oudheid te vinden in Rome, 8 (otto) Egyptische en 5 latere Romeinse. Die acht Egyptische komen uit de tijd van de Farao’s en zijn van Egypte naar Rome verscheept, een onvoorstelbare onderneming. Augustus liet er in het jaar 10 voor Chr. een naar Rome overkomen om als zonnewijzer in te zetten, de Obelisco Solare. Ik heb er vandaag 11 gezien. Bijvoorbeeld die op het vol-o-ige Piazza del Popolo, deze werd gebouwd voor Ramses II (13e eeuw v. Chr), bijna 24 meter hoog, van rood graniet. Ongelooflijk hoe die Romeinen dat gevaarte hierheen hebben weten te zeulen. Ze hebben trouwens heel wat gesleept met die dingen in de stad (los van de verhuizing over open zee). Ze staan vrijwel allemaal op een andere plek dan waar ze ooit waren neergezet. Absurd. Ook leuk is de Elefantino della Minerva, het olifantje ontworpen door Bernini, vanwege zijn formaat ook wel ‘Porcin della Minerva’ (varkentje) genoemd, dat later verbasterde in ‘Pulcino della Minerva’ (kuikentje). Ooo, lief.
P — De P, tja, dat is plots wel een heel actuele letter. Ik was vandaag - nog onwetend van de populistische opdonder die er aan zat te komen - in het Pantheon, de tempel uit de oudheid gewijd aan alle goden. De tekst op de gevel vermeld de oorspronkelijke oprichter Agrippa. Het gebouw uit 27 v. Chr. is herbouwd na een verwoestende brand en later nog eens nadat het door de bliksem getroffen was, maar onderhand staat het er al bijna twee millennia. De letters zijn niet meer de originele, maar zie daar toch twee mooie bronzen P’s van maar liefst 70cm hoog staan glimmen. De proporties van dit gebouw zijn sowieso indrukwekkend: 43m hoog en een doorsnede van 43m. En dan die gigantische koepel met dat typerende gat erin. Binnen ligt onder andere de ‘Padre della Patria’ begraven (Victor Emanuel II, de eerste koning van het verenigd Italië), net als de schilder Raphael. Onderweg naar het Pantheon kwam ik een plakkaat tegen waarop werd vermeld dat Pablo Picasso op die plek had gewoond en een aantal van zijn meesterwerken had geschilderd (welke werd niet genoemd) en ik liep een palazzo binnen (Accademia Nazionale di San Luca), waar een expositie te zien was met foto’s van de architect Paolo Portoghesi. Genoeg P’s voor mij vandaag. En de komende vier jaar.
Q — Vandaag sprokkelde ik Q’s op de Quirinaal, een van de zeven heuvelen van Rome en een van de oudste delen van de stad. Langs de Quattro Fontane over de Via del Quirinale, richting de Piazza, Palazzo en Obelisco del Quirinale. Onderweg nog even de ovale kerk van Bernini ingedoken, de S. Andrea al Quirinale. Aan het eind van de straat dus de Palazzo del Quirinale, de voormalige zomerresidentie van de Paus, nu de ambtelijke woning van de president. Tegenover dat paleis staat de Scuderie del Quirinale, een 18e-eeuws koetshuis met stallen, nu een museum. Daar is de bijzonder goed verzorgde expositie ‘Favoloso Calvino’ gaande over de vindingrijke Italiaanse schrijver Italo Calvino. Een van de personages uit zijn werk heet vast niet toevallig ‘Qfwfq’. Calvino was sterk beïnvloed door het werk van Raymond Queneau (voor wie hem niet kent, lees stijloefeningen, waarin hij een simpele gebeurtenis in Parijs op negenennegentig verschillende manieren vertelt, vertaald door Rudy Kousbroek). De expositie leidt de bezoeker door de wereld van Calvino aan de hand van zijn werk in combinatie met schilderijen, tekeningen en objecten van kunstenaars die hem in zijn werk en ideeën hebben geïnspireerd. Op een foto zie je hem omgeven door letters naar boven kijken naar… twee Q’s.
R — Het lijkt wel of ik alle tijd van de wereld heb, maar tussen alle letterexpedities door ben ik stiekem ook nog hard aan het werk. Zo heb ik vandaag de laatste hand gelegd aan het ontwerp van het nieuwste nummer van Roma Aeterna, het Nederlandse tijdschrift over de wetenschap en kunst van Rome voor kenners én liefhebbers. Het is een groot genoegen dit tijdschrift te mogen vormgeven en het is nog leuker dat te doen vanuit Roma Aeterna zelf. Het komende nummer – Roma via Napoli – belooft een prachtexemplaar te worden (gedrukt op Italiaans papier). Op de dag van de letter R was het daarom niet raar om op zoek te gaan naar de personificatie van deze eeuwige stad, de godin Roma. Ik vond haar bij mij om de hoek op de Piazza del Popolo waar ze vergezeld van Romulus en Remus, twee rivieren en raargebekte vissen over het plein uitkijkt. Via de bij letter A genoemde Ara Pacis waar ze zich ook op toont verder naar het zuiden afdalend, zag ik haar uiteindelijk weer op het Campidoglio. En in het Capitolijns museum ligt ze vereeuwigd in goudglas. Dit object werd onlangs tijdens bouwwerkzaamheden voor een nieuwe metrolijn gevonden (dat is toch niet te doen hier?). Het was een mooie dag voor Dea Roma.
S — Salve! De Sint-Pieter en de Sixtijnse Kapel komen als het goed is nog aan bod, dus vandaag ging ik op zoek naar de S in het heilige der heiligen, het Sancta Sanctorum. Tegenover de pauselijke aartsbasiliek Sint-Jan van Lateranen (overigens ook vol S’en, van Simon tot Sixtus), bevindt zich de Scala Sancta (heilige trap). Jezus zelf zou hier over gelopen hebben en de moeder van keizer Constantijn zou hem vanuit Jeruzalem naar Rome hebben gebracht. De trap leidt naar een oude pauselijke bidkapel en wie daar wil komen, moet een van de vijf trappen nemen die naar de kapel leiden. De middelste trap is de heilige trap en mag enkel op de knieën worden beklommen, bij elk van de 28 treden een gebed opzeggend. Ik heb een van de andere trappen genomen die wel met voeten betreed mocht worden. In de kapel bevindt zich de tekst: Non est in toto sanctior orbe locus (er is geen heiligere plek op de wereld). Mensen die De ontdekking van de hemel hebben gelezen, herinneren zich dit wellicht. Ik heb mijn heilige S te pakken. Op de terugweg heb ik nog wat putdeksels, vuilnisbakken en straatlantaarns verzameld met de afkorting S.P.Q.R erop (Senatus Populusque Romanus, De Senaat en het Volk van Rome), deze letters werden gebruikt als officiële benaming van het Romeinse Rijk en nog steeds veelvuldig overal opgeplakt. Veel steden hebben het voorbeeld gevolgd en passen dan de laatste letter aan, zoals in de burgemeesterskamer van Enkhuizen S.P.Q.E. te vinden is en in Amsterdam S.P.Q.A. gebeiteld staat op sommige bruggen en bovenin op de gevel van de Stadsschouwburg. Saluti!
T — In de hoogtijdagen van het Romeinse Rijk was het alfabet dat werd gebruikt om inscripties te kappen op monumenten ontwikkeld tot een harmonieus hoogtepunt: de Capitalis Monumentalis. Deze lettervormen zijn te vinden op de Zuil van Trajanus en de boog van Titus. Laat het nu net de dag van de T zijn! De Zuil van Trajanus is een bijna 30 meter hoge triomfzuil. Een soort doorlopend stripverhaal waarop veldtochten van Trajanus in Dacië staan afgebeeld. Binnenin bevindt zich een wenteltrap waarmee naar boven geklommen kan worden. Dat is helaas niet publiekelijk toegankelijk. Onderaan op de voet staat boven het deurtje naar de wenteltrap een inscriptie die veelvuldig gebruikt is als inspiratie voor lettertypes, met de beroemdste de Trajan uit 1989 van Carol Twombly. Dat lettertype is gebruikt voor allerlei films (Titanic, Bodyguard) en ik heb het zelf ook gebruikt voor de vormgeving van hoofdstuktitels in het boek Via Roma van Willemijn van Dijk over het ontstaan van Rome (uitverkozen tot een van de Best Verzorgde Boeken 2016). Ik wilde natuurlijk die letters ook graag eens van dichtbij bekijken, dus had het dagje Forum via wat andere T’s zoals het Tabularium, de Domus Tiberius en de Boog van Titus zo gepland dat de route bij de zuil eindigde, wetende dat het gedeelte waar je de letters goed kunt zien eigenlijk niet toegankelijk is. Maar het was een regenachtige dag en ik sprak net de goede beveiliger aan, waardoor ik bij hoge uitzondering toch even oog in oog mocht staan met deze voor ontwerpers beroemde inscriptie. Volgens letterschilder Edward M. Catich die zijn leven lang gefascineerd was door deze Trajanus-kapitalen: ‘the noblest of all letter forms, despite centuries of efforts at letter improvement, invention, and innovation. […] one cannot avoid praising it as a staggering monument of supercalligraphy. It is simply phenomenal.’ (Met dank aan artikel van Mathieu Lommen, Allard Pierson). Later op de dag ben ik nog de Tiber overgestoken naar Trastevere voor een lekkere tramezzino!
U — In het klassiek Latijnse alfabet bestond er nog geen onderscheid in uiterlijk vertoon tussen de V en de U (of vijf?). Dus dan blijkt uit de context of iets een V, een U of 5 is. Dat gaat meestal goed en de U heeft pas vrij laat een eigen lettervorm gekregen. De U (in de vorm van een V) komt in Rome veelvuldig voor, maar niet vaak als beginletter van een klassiek bouwwerk of ander object van enig historisch belang. Vandaar dat ik nog even iets uit de kast trek dat ik eigenlijk gisteren al bezocht, de Umbilicus Urbis Romae, de navel van de stad. Dit was ooit het symbolische middelpunt van Rome en het Romeinse rijk en vanuit hier werden waarschijnlijk de afstanden van alle uitwegen gemeten. Uiteraard ooit een met marmer en travertijn bekleed monument, nu nog een stapeltje oude bakstenen. Van de meetkunde een kleine stap naar de sterrenkunde en een andere U, vandaag bezocht ik een tentoonstelling over de wetenschap tijdens Paus Urbanus VIII in het Palazzo Barberini. Urbanus was ooit bevriend met Galileo Galilei, maar heeft hem later toch laten vallen en levenslang huisarrest gegeven vanwege zijn heliocentrische ideeën (niet de aarde, maar de zon is het middelpunt van ons zonnestelsel ). Er waren in het paleis dat Urbanus liet bouwen een paar mooie U’s te vinden, of waren het toch V’s?
V — Eerder tijdens mijn verblijf heb ik twee bijzondere bezoeken aan Vaticaanstad gebracht. Allereerst mocht ik mee met een excursie naar de necropolis onder de Sint Pieter. Dit was ooit een voorchristelijk grafveld op de Vaticaanse heuvel, waar later een kerk op gebouwd is en daarna de Sint-Pietersbasiliek zoals we die nu kennen. En diep onder deze gigantische kerk met al dat goud en pracht en praal, in een donker ondergronds vochtig dodenrijk, in een gat in een muurtje, ligt een klein kistje weggestopt met menselijke resten erin (zonder voeten), waarvan men veronderstelt dat het de overblijfselen van Petrus zijn. En van een muis, vertelde de Vlaamse pater die ons rondleidde. Daar stonden we dan, een meter van dat kistje. 🐭 Een tweede bezoek aan het Vaticaan bracht ik een aantal dagen later aan de Sixtijnse kapel. Dat is vaak helemaal geen leuk uitje, omdat je na lang in de rij te hebben gestaan, met een paar honderd mensen door de ruimte heen schuifelt en constant tot stilte wordt gemaand door de suppoosten en er weer uit bent voor je het weet. Maar deze keer had ik kaarten die na reguliere sluitingstijd toegang gaven. En zo stonden we plots met een heel klein groepje in deze ruimte, mochten hardop praten en kregen ruim de tijd om de kapel en de beroemde schilderingen van Michelangelo tot ons door te laten dringen. Omdat ik nu toch V’s ophaal die ik eerder tijdens dit verblijf heb gezien, en niet alles zich zo strak laat plannen als mijn zelfverkozen letterkeurslijf, kan ik ook de tempel van Vesta en het huis de Vestaalse maagden op het Forum Romanum noemen waar ik uit allerlei inscripties vele V’s heb verzameld. En om niet alleen oude V’s uit de sloot te halen, heb ik ook nog een verse V opgespoord. Zo kwam ik vandaag oog in oog te staan met de godin Venus als personificatie van Rome. Met een lekkere dikke V in de tekst onderaan deze gerestaureerde fresco uit vermoedelijk de vierde eeuw na Chr. Goed, dat was het wel weer voor vandaag. Op naar de volgende!
W — De W is weer een lastige letter die niet voorkomt in het klassiek Latijnse alfabet. De klank was er wel, maar er was geen teken dat speciaal voor deze klank werd ingezet. Volgens sommige geleerden werd de Griekse schrijfwijze van de w-klank, de wau gebruikt. Maar die leek te veel op de Latijnse f. Daarom gebruikten ze ook wel de u, maar ook dat kon tot verwarring leiden. Ik begreep dat Keizer Claudius in 47 n.Chr. heeft geprobeerd om voor de klank een nieuwe letter in te voeren, en er schijnen ook wel inscripties gevonden te zijn waar die variant is gebruikt, maar die heb ik helaas niet gevonden. Wel heb ik een Etruskische inscriptie gevonden (het alfabet waar het Latijn mede van afstamt) waar de letter F op staat die voor de klank van de W stond. Dichterbij de W kwam ik vandaag niet. Om jullie toch een weelderig beeldverslag te kunnen bieden, sleep ik er voor deze keer een Nederlandse W met de haren bij, die van de wolvin die volgens de Romeinse stichtingslegende Romulus en Remus die in de Tiber waren geworpen, opvoedde ware het haar eigen welpen. Zonder dit wilde dier was er van het Romeinse Rijk waarschijnlijk niets geworden.
XYZ — Omdat ik de letters die niet voorkomen in het klassiek Latijnse alfabet, toch heb behandeld, kom ik uiteindelijk niet uit met het aantal dagen en de letters die ik bij elkaar wilde verzamelen. Daarom vandaag de laatste drie in een keer. De X komt natuurlijk veelvuldig voor in inscripties als cijfer 10 en in woorden die bijvoorbeeld beginnen met ex-, maar als beginletter van een bouwwerk of object heb ik niets kunnen vinden. Wel als beginletter van een inscriptie op de Ponte Sisto, maar volgens het deze reis vaak opengeslagen boek ‘The Latin Inscriptions of Rome - A Walking Guide van Tyler Lansford’, zijn tijdens restauratiewerkzaamheden in de jaren negentig de originele letters vervangen voor minder esthetische en kon ik beter naar een plakkaat wandelen boven een winkel op de hoek van de Campo de' Fiori, de dagelijkse versmarkt. Daar begint het eerste woord van de inscriptie niet met een X, maar komen we later in de tekst wel de naam Xystus tegen, waar de X wordt opgevolgd door een prachtexemplaar van de Y, ook zo’n letter die vrijwel niet voorkomt en pas later is toegevoegd aan het alfabet om Griekse leenwoorden te kunnen noteren. De naam Xystus verschijnt op verschillende schrijfwijzen in inscripties, zo vond ik om de hoek van dit plakkaat ook nog een latere Syxtus op het Palazzo della Cancelleria. Aan de overkant van de Tiber vond ik in de portiek van de Santa Maria in Trastevere die volgehangen is met oude Griekse en Latijnse grafschriften uit de catacomben nog een Y in het woord Fyllis. Dan de Z, ook zo’n figuur. Ooit uit het Etruskisch overgenomen, maar in het Latijn toch niet nodig bevonden, uit het alfabet verdwenen en later weer toegevoegd om Griekse leenwoorden te kunnen schrijven. Tegenwoordig hangt Rome vol met de letter Z, overal waar je kijkt zie je wel een piazza, pizzeria of palazzo. Maar ik heb maar een bouwwerk met een Z gevonden, het Palazzo Zuccari, nu een kunsthistorisch instituut. Daar kon ik dan weer geen inscriptie vinden. En helaas zat mijn zigzaggende lettertocht door de stad er gisteren dan toch echt op en moest ik terug op weg naar Nederland.
Dit is een meerjarenproject in ontwikkeling. Gedurende het gehele project zal ik ook actief de samenwerking zoeken met classici, historici, archeologen en epigrafen uit het netwerk van het KNIR , maar ook (Romeinse) typografen, straatkunstenaars en kunststudenten bij dit project betrekken.

Het project opgeknipt in fases:
— research en inventarisatie
— analyse ‘letteroogst’
— ontwerp lettertype op basis van bevindingen
— selecteren van teksten
— ontwerp typografische campagne
— verspreiden van de teksten in de publieke ruimte
— documentatie
— publicatie & presentatie

Op meerdere tussentijdse momenten wil ik mijn bevindingen vastleggen in de vorm van een publicatie. Als ik daar meer over kan vertellen, laat ik dat weten via alle kanalen die ik tot mijn beschikking heb.


Stay tuned!

type design
Philosophie de la Frisonne
Een ander typografisch project is de Philosophie de la Frisonne, een lettertype dat ik in het kader van de Expert class Type design aan het Plantin Instituut voor Typografie te Antwerpen startte onder begeleiding van Frank E. Blokland.
Wil je op de hoogte blijven van dit project? Schrijf je dan in voor mijn nieuwsbrief.